31 DECEMBER 2018 – Samenwerkingsakkoord betreffende de mobiliteitshulpmiddelen

HOOFDSTUK IV. - Afspraken tussen de deelstaten

Afdeling 2. - Bandagisten/Orthopedisch technoloog in de mobiliteitshulpmiddelen

Art. 10.

Onder voorbehoud van de erkenningen door de respectievelijke deelentiteiten voor 1 januari 2019 worden de bandagisten die voor 1 januari 2019 door de federale overheid zijn erkend, automatisch verbonden met en gemachtigd door de deelentiteit waar hun exploitatiezetel gelegen is, onder voorbehoud van de bepalingen eigen aan de entiteit. De deelentiteit heeft het recht om de machtiging te schorsen of in te trekken.

De bandagisten/ orthopedisch technologen in de mobiliteitshulpmiddelen die in een deelentiteit gemachtigd zijn in het kader van een derdebetalersregeling tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen te ontvangen, worden automatisch gelijkgesteld met de in de andere deelentiteiten gemachtigde bandagisten/orthopedisch technologen in de mobiliteitshulpmiddelen.

De bandagisten met exploitatiezetel in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wenden zich tot de Vlaamse Gemeenschap, de GGC of de Cocof om gemachtigd te worden conform artikel 128, § 2 van de Grondwet en artikel 63, eerste lid, Bijzondere Wet van 12 januari 1989. De andere deelentiteit zal deze machtigingen gelijkstellen met een machtiging door deze deelentiteit.

Iedere deelentiteit kan een gelijkstelling intrekken of schorsen, als de bandagist/orthopedisch technoloog in de mobiliteitshulpmiddelen niet voldoet aan de voorwaarden die de betrokken deelentiteit heeft vastgelegd of de bijkomende criteria, vermeld in artikel 11.

Deze intrekking heeft slechts rechtgevolgen voor de deelentiteit die de machtiging schorst of intrekt.

De deelentiteiten stellen elkaar in kennis van de schorsing of intrekking van een machtiging of een gelijkstelling.

Art. 11.

Met behoud van de toepassing van artikel 10 kan iedere bevoegde deelentiteit voor de terugbetaling van prestaties in het kader van de mobiliteitshulpmiddelen aan de bandagisten bijkomende criteria opleggen, o.a. inzake vorming en navorming. Deze gelden tevens voor de gelijkgestelde bandagisten, bepaald in artikel 10, die hun exploitatiezetel in een andere dan de bevoegde deelentiteit hebben en die prestaties leveren in de bevoegde entiteit.

De deelentiteiten verbinden zich ertoe in overleg te gaan voor het specifiëren van deze vereisten en om de criteria maximaal op elkaar af te stemmen.

De controle op het voldoen aan de bijkomende criteria kan door de bevoegde deelentiteit uitgevoerd worden, volgens de modaliteiten die verder overeengekomen worden in een uitvoeringsakkoord, vermeld in artikel 92bis, § 1, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.