31 DECEMBER 2018 – Samenwerkingsakkoord betreffende de mobiliteitshulpmiddelen
HOOFDSTUK IV. - Afspraken tussen de deelstaten
Afdeling 1. - Rechthebbende op mobiliteitshulpmiddelen
Art. 6.
Als de woonplaats van de persoon is gewijzigd naar een andere deelentiteit, dan wordt het dossier meegegeven met de rechthebbende op een mobiliteitshulpmiddel of overgemaakt naar het loket aangeduid door de persoon, zodat de nieuwe deelentiteit over alle relevante gegevens uit het dossier beschikt met het oog op de behandeling van lopende (renting) of nieuwe aanvragen.
Art. 7.
Als de woonplaats van de persoon, die beschikt over een mobiliteitshulpmiddel dat is afgeleverd in een rentingsysteem, gewijzigd is naar een andere deelentiteit, dan beschikt hij over een uitlooprecht van 3 maanden. Deze periode start vanaf de dag waarop de wijziging van domicilie is geregistreerd in de gemeente.
In de periode van het uitlooprecht kan de rechthebbende op een mobiliteitshulpmiddel vervolgens in de deelentiteit van zijn nieuwe woonplaats een nieuwe aanvraag indienen.
Art. 8.
Als de woonplaats van de persoon is gewijzigd naar een andere deelentiteit na de aanvraag en voor de beslissing, dan wordt de procedure verdergezet in de deelstaat waar de persoon zijn aanvraag heeft gedaan.
Als uitzondering geldt in geval van renting en bij verhuis naar een andere deelentiteit, dat het dossier overgedragen wordt conform artikel 6. Het loket van de nieuwe deelentiteit zorgt ervoor dat de procedure kan worden verdergezet in de andere deelentiteit, waar mogelijk op basis van de bestaande indicatiestelling.
Art. 9.
Als de woonplaats van de persoon is gewijzigd van een deelentiteit naar een andere deelentiteit, dan gelden de hernieuwingstermijnen van de deelentiteit waar de persoon zijn nieuwe woonplaats heeft.