10 DECEMBER 2020 – Ordonnantie betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden

HOOFDSTUK VIII. - Terugbetaling en terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen

Art. 16.

De begunstigde die ten onrechte een tegemoetkoming heeft ontvangen, is verplicht het bedrag ervan terug te betalen.

Het Verenigd College bepaalt de nadere regels van de in het eerste lid bedoelde terugbetaling.

Art. 17.

De Dienst vordert ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen terug.

Het Verenigd College kan de nadere regels van de terugvordering in het eerste lid bepalen, evenals de voorwaarden waaraan de beslissing tot terugvordering en de kennisgeving ervan moeten voldoen, alsook in welke gevallen, in welke mate en onder welke voorwaarden de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kan worden beperkt, of in welke gevallen van de terugvordering kan worden afgezien.

De terugvordering wordt van rechtswege toegepast op de vervallen en nog niet uitbetaalde tegemoetkomingen.

Indien de vervallen en nog niet uitbetaalde bedragen hoger liggen dan het onverschuldigde bedrag, wordt het verschil tussen de achterstallige bedragen en de schuld aan de begunstigde uitbetaald.

De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kunnen in voorkomend geval in mindering gebracht worden van de toekomstige tegemoetkomingen die aan de begunstigde uitbetaald moeten worden.

Art. 18.

De terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen verjaart na drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop de uitbetaling is geschied.

De in het eerste lid voorgeschreven termijn wordt teruggebracht tot één jaar indien de betaling enkel het gevolg is van een vergissing van de Dienst, waarvan de begunstigde zich normaal geen rekenschap kan geven.

De in het eerste lid voorgeschreven verjaringstermijn wordt op vijf jaar gebracht wanneer de onverschuldigde sommen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen. Deze termijn van vijf jaar geldt eveneens ten aanzien van sommen die ten onrechte werden uitbetaald wegens het niet afleggen, door de schuldenaar, van een verklaring die is voorgeschreven door een wets- of verordenende bepaling of die volgt uit een vroeger aangegane verbintenis.

De verjaring wordt gestuit door het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven, door een terugvordering via de afhouding op de vervallen en nog niet uitbetaalde tegemoetkomingen of op de toekomstige tegemoetkomingen die aan de begunstigde uitbetaald moeten worden of door de vrijwillige terugbetaling door de begunstigde.