24 JANUARI 2019 – Gezamenlijk uitvoeringsbesluit houdende uitvoering van artikel 5, par.1, van de ordonnantie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen

DE BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE REGERING EN HET COLLEGE VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE,

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder:

- "De ordonnantie": de gezamenlijke ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen;

- "De overheidsinstelling": de overheidsinstelling zoals omschreven in artikel 2 § 1 van de ordonnantie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen.

- "Gelijkwaardige of soortgelijke functies": de mandatarissen die krachtens een wetgevende, reglementaire of statutaire tekst die van toepassing is bij de instelling waar zij hun mandaat uitoefenen, beschikken over een titel, bevoegdheid of functie die wettelijk, reglementair, of statutair gelijkgesteld is met de functie van voorzitter of ondervoorzitter bij diezelfde instelling.

Art. 2.

Onverminderd de andere bepalingen die op hen van toepassing zijn op grond van de gezamenlijke ordonnantie van 14 december 2017 genieten de leden van de bestuurs-, beheers- en adviesorganen van openbare instellingen, in uitvoering van artikel 5 § 1 van deze ordonnantie, bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatiekosten beperkt tot de volgende jaarlijkse maximumbedragen:

1° Het equivalent van 120 euro bruto per vergadering van de bestuurs-, beheers- en adviesorganen die ze effectief hebben bijgewoond en zonder dat dit aantal meer mag bedragen dan 30 vergaderingen die recht geven op bezoldiging;

2° Het equivalent van 240 euro bruto per vergadering die ze effectief hebben bijgewoond voor de commissarissen van de gewestregering die zetelen in de beheersorganen vermeld in artikel 2, eerste lid van dit besluit, zonder dat dit aantal meer mag bedragen dan 40 vergaderingen die recht geven op bezoldiging;

3° Het equivalent 300 euro bruto voor de voorzitter en de ondervoorzitter of enige andere gelijkwaardige of soortgelijke functie van de openbaar instanties, per vergadering of per voorbereidende vergadering voor deze vergaderingen met de administratieve diensten van de instelling, en zonder dat dit aantal meer mag bedragen dan 40 vergaderingen die recht geven op bezoldiging;

4° Geen enkele andere functie geeft recht op enig voordeel van alle aard.

- De globale enveloppe van de voordelen van alle aard en vertegenwoordigingskosten voor de voorzitter en ondervoorzitter of enige andere gelijkwaardige of soortgelijke functie mag niet meer bedragen dan 25% van het bedrag van hun maximale jaarlijkse bezoldiging.

Art. 3.

De bedragen vermeld in artikel 2 zijn onderworpen aan de gezondheidsindex van september 2017 en volgen de evolutie van die gezondheidsindex, in overeenstemming met de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

Art. 4.

Het gezamenlijk uitvoeringsbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 4 oktober 2018 wordt opgeheven op de dag van inwerkingtreding van dit gezamenlijk uitvoeringsbesluit.

Art. 5.

De bepalingen van dit besluit worden van kracht op de dag waarop het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 6.

De Voorzitter van het Verenigd College wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 24 januari 2019.