23 MAART 2017- Ordonnantie houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag
HOOFDSTUK IV. - Beheer van de dienst
Afdeling 6. [Beheerraad voor het Gezin]1
Art. 29.
§ 1. De [Beheerraad voor het Gezin]1, [naast een voorzitter en een ondervoorzitter, ieder met raadgevende stem]2, uit :
1° vijf vaste en vijf plaatsvervangende leden die alle representatieve werkgevers- en zelfstandigenorganisaties vertegenwoordigen; [Het geheel van deze leden vormt de werkgeversbank;]2
2° vijf vaste en vijf plaatsvervangende leden die alle representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen; [Het geheel van deze leden vormt de werknemersbank;]2
3° vijf vaste en vijf plaatsvervangende leden die de gezinsorganisaties vertegenwoordigen; [Het geheel van deze leden vormt de bank van de gezinsorganisaties]2
4° vijf vaste en vijf plaatsvervangende leden die de kinderbijslagfondsen vertegenwoordigen. [Het geheel van deze leden vormt de bank van de kinderbijslagfondsen.]2
De leidend ambtenaar, de adjunct-leidend ambtenaar en de verantwoordelijke [van de Directie uitbetaling kinderbijslag]3 wonen de vergaderingen van de Raad bij.
[...]2
[De Beheerraad mag voor het onderzoek van specifieke kwesties een beroep doen op deskundigen.
Voor elk van de banken bedoeld in het eerste lid, 1°, 2° of 3°, geldt dat geen enkele van de vaste of plaatsvervangende leden mag zijn tewerk- of aangesteld door een kinderbijslagfonds, deel mag uitmaken van de organen van een kinderbijslagfonds, of zich op enigerlei wijze in een toestand bevinden waarin zij een verbintenis met een kinderbijslagfonds zijn aangegaan die van die aard is om de onpartijdige en objectieve uitoefening van hun functie te beïnvloeden of de gewettigde verdenking te doen ontstaan van een dergelijke invloed.
Om de bevoegdheid uit te oefenen inzake dossiers die enkel de openbare betaalactor aanbelangen, zetelt de Beheerraad in een aangepaste samenstelling. In dat geval bestaat de Beheerraad uit de leden bedoeld in het eerste lid, uitgezonderd de vijf vaste en vijf plaatsvervangende leden die tot de bank van de kinderbijslagfondsen behoren.
In afwijking van het tweede lid, woont de verantwoordelijke van de Directie uitbetaling kinderbijslag de vergaderingen van de Raad niet bij als het beraadslagingen betreft over dossiers die enkel de private kinderbijslagfondsen aanbelangen.]2
§ 2. Het Verenigd College wordt in de [Beheerraad voor het Gezin]1 door twee commissarissen vertegenwoordigd.
§ 3. De Raad stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het aan het Algemeen Beheerscomité ter goedkeuring voor.
§ 4. De Raad voorkomt elk belangenconflict tussen zijn functie van operator en zijn opdrachten als regulator.
De nadere regels om belangenconflicten te voorkomen worden in het huishoudelijk reglement vastgelegd.
Het in het vorige lid bedoelde huishoudelijk reglement bepaalt in elk geval dat de [Beheerraad voor het Gezin]1 de privéfondsen voor de betaling van kinderbijslag en de directie Betaling van de Dienst, bedoeld in artikel 28, § 1, 10°, gelijk moet behandelen. Wanneer dat niet gebeurt, kunnen zijn beslissingen bestreden worden bij de commissarissen van het Verenigd College.
§ 5. De Raad werkt de technische normen voor de controle bij de gezinnen uit.