14 DECEMBER 2017 – Gezamenlijke ordonnantie betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen

Artikel 1.

Deze gezamenlijke ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 39 en 135 van de Grondwet.

Art. 2.

§ 1. Ongeacht de bepalingen van artikel 25 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen, is deze gezamenlijke ordonnantie van toepassing op alle openbare mandatarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Onder openbare mandatarissen, dient te worden verstaan :

- de burgemeesters en schepenen;

- de OCMW-voorzitters en de leden van de vaste Bureau's van de OCMW's;

- de gemeenteraadsleden;

- de OCMW-raadsleden;

- elk lid van een bestuurs-, beheers- of adviesorgaan van een gewestelijke of lokale openbare instelling;

- elk lid van een bestuurs-, beheers- of adviesorgaan van een gewestelijke en lokale openbare instelling;

- elk lid van een bestuurs-, beheers- of adviesorgaan van een openbare bicommunautaire instelling;

- elke andere persoon die door de Regering en/of het Verenigd College wordt aangewezen om haar en/of het te vertegenwoordigen in de raad van bestuur van om het even welke structuur met rechtspersoonlijkheid.

Onder gewestelijke openbare instelling, dient te worden verstaan :

1° de autonome bestuursinstellingen van de eerste categorie;

2° de autonome bestuursinstellingen van de tweede categorie;

3° elke andere niet in het eerste en in het tweede lid bedoelde gewestelijke instelling :

- opgericht bij ordonnantie, met rechtspersoonlijkheid en rechtstreeks onderworpen aan het gezag van de Regering;

- opgericht bij ordonnantie en genietend van een organieke autonomie, onverminderd de toezichts- en controlebevoegdheden van de Regering;

- opgericht door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het vervullen van taken van algemeen belang wanneer meer dan de helft van de leden van de beheersorganen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is aangesteld.

Onder lokale openbare instelling, dient te worden verstaan : iedere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon of iedere feitelijke vereniging waarin één of meerdere gemeenten een meerderheid van leden aanwijzen in minstens één van de bestuurs- of beheersorganen of waarop het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toezicht uitoefent.

Onder gewestelijke en lokale openbare instelling, dient te worden verstaan : iedere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon of iedere feitelijke vereniging waarin het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en één of meerdere gemeenten samen een meerderheid van leden hebben in minstens één van de bestuurs- of beheersorganen of waarop het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of een of meer gemeenten toezicht uitoefenen.

Onder bicommunautaire openbare instelling dient te worden verstaan :

1° elke instelling opgericht bij ordonnantie of door de Gemeenschappelijke GemeenschapsCommissie voor het vervullen van taken van algemeen belang of onderworpen aan het toezicht van het Verenigd College of waarvan meer dan de helft van de leden van de beheersorganen door de Gemeenschappelijke GemeenschapsCommissie is aangesteld;

2° de in hoofdstuk XII en XIIbis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bedoelde rechtspersonen, alsook de door hen opgerichte rechtspersonen;

3° iedere andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon of iedere feitelijke vereniging waarin de Gemeenschappelijke GemeenschapsCommissie en/of een of meerdere centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW's) samen een meerderheid van leden hebben in minstens één van de bestuurs- of beheersorganen of waarop de Gemeenschappelijke Gemeenschaps- Commissie toezicht uitoefent.

§ 2. Er dient te worden verstaan onder :

- sanctieorgaan : de Brusselse Commissie voor de Deontologie;

- controleorgaan : de cel " Transparantie van de bezoldigingen " die werd opgericht binnen het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

- verminderingsplan : het schriftelijk document dat gevoegd is bij de gegevens over de openbare mandatarissen en dat aan de toezichthoudende overheid wordt toegestuurd en zowel de terug te betalen bedragen vermeldt als de identiteit van de instelling waaraan die bedragen verschuldigd zijn.

Het maximumbedrag bij de cumulatie van mandaten

Art. 3.

§ 1. Het bedrag van de bezoldigingen ontvangen door de openbare mandatarissen bedoeld in artikel 2 mag niet hoger zijn dan 150 procent van het bedrag van de parlementaire vergoeding ontvangen door de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Om na te gaan of het bedrag van de bezoldigingen die ontvangen worden door de in artikel 2 bedoelde openbare mandatarissen niet hoger is dan het in het vorige lid bedoelde maximum, wordt rekening gehouden met het bruto bedrag van alle bezoldigingen, vergoedingen, met inbegrip van de vergoedingen voor bijzondere functies, wedden, presentiegelden en voordelen van alle aard in het kader van de uitoefening van :

- een Europees, federaal, communautair, gewestelijk en bicommunautair of gemeentelijk kiesmandaat;

- een uitvoerend mandaat;

- een mandaat in een internationale instelling;

- een mandaat in een federale, communautaire, gewestelijke, bicommunautaire of lokale openbare instelling;

- een mandaat of een functie in elke andere openbare of private structuur onderworpen aan de wetgeving op de overheidsopdrachten;

- een afgeleide functie, al dan niet een kiesfunctie, van de voornoemde mandaten en functies;

- een mandaat in elke andere privé- en overheidsstructuur, uitgeoefend na aanstelling door de Regering en/of het Verenigd College om er die te vertegenwoordigen.

Onder " functie " verstaat men : een baan, de uitoefening van een opdracht of de levering van arbeidsprestaties, in de vorm van een arbeidsovereenkomst in loondienst of daaraan gelijkgesteld, van een besluit, van een verdrag of een dienstovereenkomst, binnen een aan de wetgeving op de overheidsopdrachten onderworpen structuur of instelling.

Ingeval een functie uitgeoefend wordt als dienstverlener, wordt, voor de berekening van het maximum van de bezoldiging als bedoeld in het eerste lid, enkel rekening gehouden met het bruto bedrag van de bezoldigingen voor de prestaties die uitsluitend geleverd worden voor de structuur die onderworpen is aan de wetgeving op de overheidsopdrachten, na aftrek van de aanvaardbare beroepskosten in de zin van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

Men verstaat onder " afgeleid mandaat " : elke functie van rechtswege uitgeoefend door een in artikel 2 bedoelde openbare mandataris uit hoofde van zijn kiesmandaat of uitvoerend mandaat van een mandaat waarvoor hij aangesteld werd in een internationale instelling, in een federale, communautaire, gewestelijke, bicommunautaire of lokale openbare instelling, een stichting of elk ander privaat, openbaar of gemengd orgaan waarvan een of meer bestuurders benoemd zijn door de Regering en/of het Verenigd College, of een mandaat of een functie in elke andere structuur onderworpen aan de wetgeving op de overheidsopdrachten.

§ 2. In geval van overschrijding van het in § 1, eerste lid, bedoelde maximum van de bezoldigingen, wordt een vermindering ten belope van die overschrijding enkel toegepast op de bezoldigingen, vergoedingen, wedden of presentiegelden en voordelen van alle aard die als tegenprestatie ontvangen werden voor de uitoefening van een mandaat als bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, en zulks onder de volgende voorwaarden :

1° de vermindering wordt prioritair en ten belope van die overschrijding toegepast op de bezoldigingen, vergoedingen, wedden of presentiegelden en voordelen van alle aard die als tegenprestatie ontvangen werden voor de uitoefening van een mandaat als bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, streepjes 1 tot 4. Die vermindering wordt enkel toegepast op het deel van de bezoldigingen, vergoedingen, wedden of presentiegelden en voordelen van alle aard die hoger zijn dan 50 % van het bedrag van de parlementaire vergoeding die de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers ontvangen;

2° de vermindering wordt, indien nodig, ten belope van die overschrijding toegepast op de bezoldigingen, vergoedingen, wedden of presentiegelden en voordelen van alle aard die als tegenprestatie ontvangen werden voor de uitoefening van een mandaat als bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, streepjes 5 tot 8. Die vermindering is onbeperkt.

[§ 3. In afwijking van §§ 1 en 2, indien de bezoldiging die ontvangen wordt voor een mandaat of voor een functie bedoeld in § 1, tweede lid, met uitzondering van een mandaat uitgeoefend in een gewestelijke, bicommunautaire of lokale instelling, het in § 1, eerste lid, bedoelde maximumbedrag overschrijdt, worden de eventuele andere mandaten bedoeld in artikel 2 kosteloos uitgeoefend.]1

Art. 8.

§ 1. Het sanctieorgaan en het controleorgaan bedoeld in artikel 2, § 2 worden belast met de naleving van deze gezamenlijke ordonnantie.

§ 2. De burgemeesters, schepenen en gemeenteraads- leden moeten bij de gemeentesecretaris, [binnen zeven maanden]2na hun eedaflegging, aangifte doen van de mandaten, functies en afgeleide functies die ze uitoefenen, alsook van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die ze ontvangen in het kader van de uitoefening ervan.

Iedere verandering in de toestand in de loop van het mandaat wordt onverwijld aan de gemeentesecretaris gemeld.

De gemeentesecretaris bezorgt die aangiften, in voorkomend geval samen met een verminderingsplan, aan het controleorgaan.

Ingeval het in artikel 3 bedoelde maximumbedrag overschreden wordt, zal het controleorgaan ervoor zorgen dat de vermindering ten belope van de overschrijding doorgevoerd wordt door de gemeentesecretaris.

De burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden voor wie de vermindering ten belope van de overschrijding moet worden doorgevoerd, kunnen vragen om voorafgaandelijk te worden gehoord door het controleorgaan of zijn vertegenwoordiger.

De bedragen die ontvangen zijn bovenop het in artikel 3, eerste lid bedoelde maximum worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van de overschrijding had moeten doorvoeren overeenkomstig artikel 3, § 2.

§ 3. De OCMW-voorzitters en -raadsleden die niet in § 2 bedoeld worden, moeten [binnen zeven maanden]2na hun eedaflegging, bij de OCMW-secretaris aangifte doen van de mandaten, functies en afgeleide functies die zij uitoefenen, alsook van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die ze ontvangen in het kader van de uitoefening ervan.

Iedere verandering van de situatie in de loop van het mandaat wordt onverwijld aan de OCMW-secretaris gemeld.

De OCMW-secretaris bezorgt die aangiften, in voorkomend geval samen met een verminderingsplan, aan het controleorgaan.

Ingeval het in artikel 3 bedoelde maximumbedrag overschreden wordt, zal het controleorgaan ervoor zorgen dat de vermindering ten belope van de overschrijding doorgevoerd wordt door de OCMW-secretaris.

De OCMW-voorzitters en -raadsleden voor wie de vermindering ten belope van de overschrijding doorgevoerd moet worden, kunnen vragen om voorafgaandelijk te worden gehoord door het controleorgaan.

De bedragen die ontvangen zijn bovenop het in artikel 3, eerste lid bedoelde maximum worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van de overschrijding had moeten doorvoeren overeenkomstig artikel 3, § 2.

§ 4. De in de zin van artikel 2 bedoelde openbare mandatarissen van wie het of de bedoelde mandaten in kwestie bezoldigd worden en die niet bedoeld worden in §§ 2 en 3 zijn verplicht, [binnen zeven maanden]2na het begin van hun mandaat aan het controleorgaan de mandaten, de functies en de afgeleide functies die zij uitoefenen en de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen ontvangen in uitoefening ervan te melden.

Elke verandering van de situatie in de loop van het mandaat wordt onverwijld aan het controleorgaan gemeld.

Ingeval van overschrijding van het in artikel 3 vastgestelde maximumbedrag, zorgt het controleorgaan ervoor dat de vermindering ten belope van de overschrijding wordt doorgevoerd door de voorzitter van de raad van bestuur of de leidende ambtenaar die het aanstelt.

De openbare mandatarissen waarvoor de vermindering ten belope van de overschrijding dient te worden doorgevoerd, kunnen vragen om voorafgaandelijk te worden gehoord door het controleorgaan.

De bedragen die ontvangen worden bovenop het in artikel 3, eerste lid vastgelegde maximumbedrag worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van deze overschrijding had moeten doorvoeren krachtens artikel 3, § 2.

§ 5. De in artikel 7, § 1, bedoelde persoon geeft onmiddellijk na de eedaflegging voor de burgemeesters, schepenen, gemeenteraadsleden, OCMW-voorzitters en -raadsleden of na het begin van hun mandaat voor de in de zin van artikel 2 bedoelde openbare mandatarissen van wie het mandaat in kwestie bezoldigd wordt en die niet bedoeld zijn in §§ 2 en 3, kennis van de bepalingen van deze ordonnantie aan de betrokken Brusselse openbare mandatarissen.

§ 6. Het controleorgaan bezorgt het sanctieorgaan een jaarverslag over de toepassing van de §§ 1 tot 4 van deze bepaling.

§ 7. Op basis van het in § 6 bedoeld verslag of op eigen initiatief, richt het sanctieorgaan een schriftelijk verzoek om aangifte van het kadaster van de mandaten tot iedere openbare in artikel 2 bedoelde mandataris.

Het verzoek heeft betrekking op :

- de opsomming van alle door de openbare mandataris uitgeoefende mandaten, functies en afgeleide functies;

- de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die worden ontvangen in het kader van de uitoefening ervan.

Een kopie van dat verzoek wordt ter informatie en ter follow-up bezorgd aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie.

De openbare mandataris moet een antwoord geven en moet aan het sanctieorgaan, alsook aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie een kadaster van mandaten bezorgen binnen de maand na ontvangst van het verzoek om aangifte van de mandaten.

In voorkomend geval, wordt het antwoord van de mandataris opgenomen in het verslag van de in artikel 7 bedoelde instantie, die onverwijld een bijgewerkte versie van haar verslag aan het controleorgaan bezorgt.

Bij gebrek aan een antwoord van de openbare mandataris, richt het sanctieorgaan een herinnering per aangetekende zending aan de mandataris, met een laatste termijn van vijftien dagen om aan het verzoek te voldoen.

Bij gebrek aan een antwoord, roept het sanctieorgaan de openbare mandataris op voor een hoorzitting en brengt hij het op de hoogte van de sanctie die hem opgelegd kan worden.

Het sanctieorgaan kan beslissen tot seponering in geval van uitzonderlijke omstandigheden die de niet-naleving van de termijnen verantwoorden, of een met redenen omklede beslissing tot sanctie nemen.

De sanctie bestaat in :

- bij de eerste tekortkoming, een waarschuwing en een boete die overeenstemt met een bedrag gaande van 10 tot 50 % van een maand bezoldiging, voordelen van alle aard en representatievergoedingen, samengeteld;

- vervolgens een afhouding gaande van 50 tot 100 % van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die samengeteld worden voor ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden.

[De beslissing van het sanctieorgaan wordt binnen drie werkdagen ter kennis gebracht van de betrokken mandataris. Een beroep met volle rechtsmacht kan worden ingediend bij de Raad van State binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de mandataris op wie de beslissing van het sanctieorgaan betrekking heeft. De Raad van State beslist binnen een termijn van zestig dagen over het beroep.]3

De sanctie wordt in hoofdorde uitgevoerd door de gemeentesecretaris of bij gebrek aan een competentie die een controle door een gemeentesecretaris mogelijk maakt, door de secretaris van het OCMW of door de voorzitter van de raad van beheer, de leidende ambtenaar of hun gemachtigde voor de in artikel 2 bedoelde openbare instellingen.

De beslissing tot sanctie wordt ter informatie en ter follow-up overgezonden aan het controleorgaan.

Elke verandering van de situatie in de loop van het mandaat wordt door de openbare mandataris binnen de maand meegedeeld aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie.

De wijziging wordt opgenomen in het verslag van de in artikel 7 bedoelde instantie, die het controleorgaan onverwijld een bijwerking van haar verslag bezorgt.

§ 8. [Na controle van de krachtens § 7 opgevraagde aangiften van de mandaten, zorgt het sanctieorgaan ervoor, ingeval het in artikel 3, eerste lid, bedoelde maximumbedrag overschreden wordt, dat de vermindering ten belope van de overschrijding effectief doorgevoerd wordt door de in artikel 7 bedoelde instantie die het aanduidt.

De openbare mandataris voor wie de vermindering ten belope van de overschrijding moet worden doorgevoerd, wordt voorafgaandelijk gehoord door het sanctieorgaan.

De beslissing van het sanctieorgaan wordt binnen drie werkdagen ter kennis gebracht van de betrokken mandataris.

Een beroep met volle rechtsmacht kan worden ingediend bij de Raad van State binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de mandataris op wie de beslissing van het sanctieorgaan betrekking heeft. De Raad van State beslist binnen een termijn van zestig dagen over het beroep.

Het controleorgaan ziet erop toe dat de beslissing van het sanctieorgaan of het arrest van de Raad van State wordt uitgevoerd.

De bedragen die ontvangen zijn bovenop het in artikel 3, eerste lid, bedoelde maximum, worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van de overschrijding had moeten doorvoeren overeenkomstig artikel 3, § 2.]3

§ 9. Ondanks de verplichte herinnering door het in artikel 7 bedoelde orgaan en na het verstrijken van de [in § 7, zesde lid]3bedoelde termijn van vijftien dagen, zal de openbare mandataris die de bepalingen van deze gezamenlijke ordonnantie overtreedt, gestraft worden met een gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en een boete van honderd tot duizend euro. Hij wordt onverkiesbaar verklaard voor de eerstvolgende gemeenteraads- en OCMW- raadsverkiezingen en kan niet meer worden voorgedragen voor om het even welke functie in een in artikel 2 bedoelde openbare instelling.

Eenieder kan de in het vorige lid bedoelde feiten ter kennis brengen van de Procureur des Konings van Brussel.

§ 10. Het controleorgaan maakt een jaarverslag bekend over de toepassing van deze gezamenlijke ordonnantie.

Het controleorgaan wordt ermee belast een driejaarlijks verslag op te stellen dat een evaluatie van de uitvoering van de gezamenlijke ordonnantie bevat en er, in voorkomend geval, aanbevelingen in te doen om de toepassing ervan te verbeteren.

Het verslag wordt bezorgd aan het comité voor de follow-up van de wetgeving, dat ermee belast is de efficiëntie van de regeling te evalueren.

§ 11. De nadere regels betreffende de aangifteplichten als bedoeld in §§ 2, 3 en 4 worden vastgesteld door het controleorgaan.

Die nadere regels hebben betrekking op de vaststelling van een model voor de aangifte en de erin vervatte vermeldingen, alsook de wijze waarop de aangifte wordt bezorgd aan de bevoegde overheid.

Daartoe ziet het controleorgaan toe op de coherentie met de nadere regels die krachtens artikel 7, § 3 zijn vastgesteld door de Regering en het Verenigd College.

Het controleorgaan wordt ermee belast een toelichting over de uitvoering van de ordonnantie te plaatsen op de internetsite van het Parlement.