14 DECEMBER 2017 – Gezamenlijke ordonnantie betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen
Art. 7.
§ 1. Onverminderd de bestaande wettelijke bepalingen publiceren de volgende personen een jaarverslag binnen zes maanden na het einde van ieder kalenderjaar :
- de gemeentesecretaris voor de burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden;
- de secretaris van het OCMW voor de OCMW- voorzitters en de OCMW-raadsleden;
- de voorzitter van de raad van beheer of de leidende ambtenaar voor de openbare instellingen bedoeld in artikel 2;
- de voorzitter van de raad van beheer of de leidende ambtenaar voor elke andere aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten onderworpen structuur of instantie waarvan de zetel zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt en waarin bezoldigingen, voordelen van alle aard of representatiekosten toegekend worden aan de leden van de bestuur-, beheer- of adviesorganen.
Dat verslag bevat :
- een gedetailleerd overzicht van de aanwezigheden tijdens de vergaderingen, van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en van alle representatievergoedingen die aan de openbare mandatarissen toegekend zijn;
- een lijst met alle reizen waaraan iedere openbare mandataris in het kader van de uitoefening van zijn functies heeft deelgenomen;
- een inventaris van alle overheidsopdrachten die de gemeente of de in artikel 2 bedoelde openbare instelling toegewezen heeft, met vermelding, per opdracht, van de opdrachtnemer en de vastgelegde bedragen, ongeacht of de opdracht met of zonder bevoegdheidsdelegatie toegewezen is.
[In afwijking van het vorige lid wordt het verslag voor de instellingen van openbaar nut van het type A en de regeringsdiensten beperkt tot :
- de onder het derde streepje bedoelde inventaris van de overheidsopdrachten ;
- de onder het tweede streepje bedoelde lijst met de reizen van de leidende ambtenaar of de directeurs-generaal.]1
Het verslag bevat ook de lijst van de door elke gemeente toegekende subsidies met vermelding van de begunstigden en de bedragen ervan.
Het verslag gaat als bijlage bij de rekeningen van de in artikel 2 bedoelde gemeenten, de OCMW's en de openbare instellingen.
Het verslag wordt geplaatst op de website van de artikel 2 bedoelde gemeenten, de OCMW's en de openbare instellingen.
Het verslag wordt bezorgd aan het controleorgaan.
Het controleorgaan kan alle verantwoordingsstukken opvragen die het nuttig acht voor de controle.
De verslagen worden door het controleorgaan ter informatie bezorgd aan het Rekenhof.
§ 2. [Met het oog op bekendmaking op de internetsite van elke gemeente, geven de burgemeesters, OCMW-voorzitters en schepenen eveneens en uiterlijk op 1 oktober van elk jaar het volgende aan :]2
a) de lijst van de door de burgemeesters, OCMW-voorzitters en schepenen uitgeoefende mandaten, functies en afgeleide functies die bedoeld worden in de artikelen 2 en 3, met inbegrip van die waarvoor politiek verlof verkregen is, alsook de bezoldigingen en voordelen van alle aard die voortvloeien uit de mandaten die bedoeld worden in het eerste tot vijfde streepje en het zevende streepje van artikel 3, § 1, tweede lid, van de in het zesde streepje van artikel 3, § 1, tweede lid, bedoelde afgeleide functies van deze mandaten, samen met de belastingsfiches;
b) de lijst van de andere activiteiten die privé worden uitgeoefend, met inbegrip van die welke in een vennootschap worden uitgeoefend;
c) de bezoldigingen ontvangen voor de uitoefening van een in het vijfde streepje van dezelfde bepaling bedoelde functie, alsook de bezoldigingen ontvangen voor de uitoefening van een onder littera b) vermelde activiteit, ontvangen voor de periode die overeenkomt met het belastingjaar dat voorafgaat aan de aangifte, volgens de volgende inkomstencategorieën, uitgedrukt in euro bruto met aftrek van de fiscaal toegestane beroepskosten :
- geen bezoldiging;
- van 1 tot 499 euro bruto per maand;
- van 500 tot 1.000 euro bruto per maand;
- van 1.001 tot 5.000 euro bruto per maand;
- van 5.001 tot 10.000 euro bruto per maand;
- meer dan 10.000 euro bruto per maand, bedrag afgerond tot de dichtste tienduizend euro.
§ 3. De nadere regels betreffende de plichten als bedoeld in §§ 1 en 2 worden vastgesteld door de Regering en het Verenigd College binnen hun eigen bevoegdheden.
Die nadere regels hebben betrekking op de vaststelling van een model voor het jaarverslag en de aangifte, alsook op de erin vervatte vermeldingen, zoals de toegepaste verminderingen, en op de wijze waarop het jaarverslag en de aangifte worden bezorgd aan de bevoegde overheid.