14 DECEMBER 2017 – Gezamenlijke ordonnantie betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen
Art. 5.
§ 1. De Regering en het Verenigd College bepalen voor elk type openbare instelling bedoeld in artikel 2 :
- de maximumbedragen van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatiekosten van de openbare mandatarissen;
- het maximale totale begrotingskrediet voor de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatiekosten van de openbare mandatarissen.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt voor de OCMW's :
- de maximumbedragen van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatiekosten van de OCMW- voorzitters en -raadsleden;
- het maximale totale begrotingskrediet voor de bezoldigingen, voordelen van alle aard, representatiekosten van de OCMW-voorzitters en -raadsleden.
§ 3. De Regering en het Verenigd College stellen de in §§ 1 en 2 bedoelde maatregelen vast binnen honderdvijftig dagen na de inwerkingtreding van deze gezamenlijke ordonnantie.
Kosten en voordelen
Art. 6.
§ 1. De openbare instellingen mogen hun openbare mandatarissen geen kredietkaart geven.
De openbare instellingen mogen hun openbare mandatarissen geen groepsverzekering geven [, zonder afbreuk te doen aan het statuut of de arbeidsovereenkomst die op hen van toepassing zijn.]1.
De openbare instellingen mogen hun openbare mandatarissen geen maaltijdcheques geven [, zonder afbreuk te doen aan het statuut of de arbeidsovereenkomst die op hen van toepassing zijn.]1.
§ 2. Over de modaliteiten voor de toekenning en verdeling van de representatievergoedingen tussen de openbare mandatarissen bedoeld in artikel 2, moet een beslissing worden genomen door :
- ofwel het beheersorgaan van iedere openbare instelling;
- ofwel het college van burgemeester en schepenen of het politiecollege;
- ofwel het vast bureau van het OCMW.
In ieder geval mogen de representatievergoedingen, indien ze worden toegekend, enkel toegekend worden aan personen met een uitvoerende functie.
De representatievergoedingen in het kader van de uitoefening van de functie van de openbare mandatarissen worden a posteriori terugbetaald na voorlegging van een verantwoordingsstuk en, in voorkomend geval, van het betalingsbewijs door de openbare mandataris.
§ 3. - Over de organisatie van een reis door een gemeente, een OCMW en door elke in deze gezamenlijke ordonnantie bedoelde instelling en waaraan elke in de zin van artikel 2 bedoelde openbare mandataris deelneemt in het kader van de uitoefening van zijn functie, moet een met redenen omklede beslissing worden genomen door :
- ofwel het beheersorgaan van iedere openbare instelling. Wanneer het gaat over een gewestelijke of bicommunautaire openbare instelling, wordt die beslissing ter goedkeuring aan de Regering of het Verenigd College voorgelegd. Wanneer het een lokale openbare instelling betreft, wordt deze beslissing overgezonden aan het algemeen toezicht;
- ofwel het college van burgemeester en schepenen of het politiecollege. Die beslissing wordt aan het algemeen toezicht overgezonden;
- ofwel het vast bureau van het OCMW. Die beslissing wordt overgezonden aan het algemeen toezicht.
Het jaarverslag
Art. 7.
§ 1. Onverminderd de bestaande wettelijke bepalingen publiceren de volgende personen een jaarverslag binnen zes maanden na het einde van ieder kalenderjaar :
- de gemeentesecretaris voor de burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden;
- de secretaris van het OCMW voor de OCMW- voorzitters en de OCMW-raadsleden;
- de voorzitter van de raad van beheer of de leidende ambtenaar voor de openbare instellingen bedoeld in artikel 2;
- de voorzitter van de raad van beheer of de leidende ambtenaar voor elke andere aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten onderworpen structuur of instantie waarvan de zetel zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt en waarin bezoldigingen, voordelen van alle aard of representatiekosten toegekend worden aan de leden van de bestuur-, beheer- of adviesorganen.
Dat verslag bevat :
- een gedetailleerd overzicht van de aanwezigheden tijdens de vergaderingen, van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en van alle representatievergoedingen die aan de openbare mandatarissen toegekend zijn;
- een lijst met alle reizen waaraan iedere openbare mandataris in het kader van de uitoefening van zijn functies heeft deelgenomen;
- een inventaris van alle overheidsopdrachten die de gemeente of de in artikel 2 bedoelde openbare instelling toegewezen heeft, met vermelding, per opdracht, van de opdrachtnemer en de vastgelegde bedragen, ongeacht of de opdracht met of zonder bevoegdheidsdelegatie toegewezen is.
[In afwijking van het vorige lid wordt het verslag voor de instellingen van openbaar nut van het type A en de regeringsdiensten beperkt tot :
- de onder het derde streepje bedoelde inventaris van de overheidsopdrachten ;
- de onder het tweede streepje bedoelde lijst met de reizen van de leidende ambtenaar of de directeurs-generaal.]2
Het verslag bevat ook de lijst van de door elke gemeente toegekende subsidies met vermelding van de begunstigden en de bedragen ervan.
Het verslag gaat als bijlage bij de rekeningen van de in artikel 2 bedoelde gemeenten, de OCMW's en de openbare instellingen.
Het verslag wordt geplaatst op de website van de artikel 2 bedoelde gemeenten, de OCMW's en de openbare instellingen.
Het verslag wordt bezorgd aan het controleorgaan.
Het controleorgaan kan alle verantwoordingsstukken opvragen die het nuttig acht voor de controle.
De verslagen worden door het controleorgaan ter informatie bezorgd aan het Rekenhof.
§ 2. [Met het oog op bekendmaking op de internetsite van elke gemeente, geven de burgemeesters, OCMW-voorzitters en schepenen eveneens en uiterlijk op 1 oktober van elk jaar het volgende aan :]3
a) de lijst van de door de burgemeesters, OCMW-voorzitters en schepenen uitgeoefende mandaten, functies en afgeleide functies die bedoeld worden in de artikelen 2 en 3, met inbegrip van die waarvoor politiek verlof verkregen is, alsook de bezoldigingen en voordelen van alle aard die voortvloeien uit de mandaten die bedoeld worden in het eerste tot vijfde streepje en het zevende streepje van artikel 3, § 1, tweede lid, van de in het zesde streepje van artikel 3, § 1, tweede lid, bedoelde afgeleide functies van deze mandaten, samen met de belastingsfiches;
b) de lijst van de andere activiteiten die privé worden uitgeoefend, met inbegrip van die welke in een vennootschap worden uitgeoefend;
c) de bezoldigingen ontvangen voor de uitoefening van een in het vijfde streepje van dezelfde bepaling bedoelde functie, alsook de bezoldigingen ontvangen voor de uitoefening van een onder littera b) vermelde activiteit, ontvangen voor de periode die overeenkomt met het belastingjaar dat voorafgaat aan de aangifte, volgens de volgende inkomstencategorieën, uitgedrukt in euro bruto met aftrek van de fiscaal toegestane beroepskosten :
- geen bezoldiging;
- van 1 tot 499 euro bruto per maand;
- van 500 tot 1.000 euro bruto per maand;
- van 1.001 tot 5.000 euro bruto per maand;
- van 5.001 tot 10.000 euro bruto per maand;
- meer dan 10.000 euro bruto per maand, bedrag afgerond tot de dichtste tienduizend euro.
§ 3. De nadere regels betreffende de plichten als bedoeld in §§ 1 en 2 worden vastgesteld door de Regering en het Verenigd College binnen hun eigen bevoegdheden.
Die nadere regels hebben betrekking op de vaststelling van een model voor het jaarverslag en de aangifte, alsook op de erin vervatte vermeldingen, zoals de toegepaste verminderingen, en op de wijze waarop het jaarverslag en de aangifte worden bezorgd aan de bevoegde overheid.
Controle en sancties
Art. 8.
§ 1. Het sanctieorgaan en het controleorgaan bedoeld in artikel 2, § 2 worden belast met de naleving van deze gezamenlijke ordonnantie.
§ 2. De burgemeesters, schepenen en gemeenteraads- leden moeten bij de gemeentesecretaris, [binnen zeven maanden]4na hun eedaflegging, aangifte doen van de mandaten, functies en afgeleide functies die ze uitoefenen, alsook van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die ze ontvangen in het kader van de uitoefening ervan.
Iedere verandering in de toestand in de loop van het mandaat wordt onverwijld aan de gemeentesecretaris gemeld.
De gemeentesecretaris bezorgt die aangiften, in voorkomend geval samen met een verminderingsplan, aan het controleorgaan.
Ingeval het in artikel 3 bedoelde maximumbedrag overschreden wordt, zal het controleorgaan ervoor zorgen dat de vermindering ten belope van de overschrijding doorgevoerd wordt door de gemeentesecretaris.
De burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden voor wie de vermindering ten belope van de overschrijding moet worden doorgevoerd, kunnen vragen om voorafgaandelijk te worden gehoord door het controleorgaan of zijn vertegenwoordiger.
De bedragen die ontvangen zijn bovenop het in artikel 3, eerste lid bedoelde maximum worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van de overschrijding had moeten doorvoeren overeenkomstig artikel 3, § 2.
§ 3. De OCMW-voorzitters en -raadsleden die niet in § 2 bedoeld worden, moeten [binnen zeven maanden]4na hun eedaflegging, bij de OCMW-secretaris aangifte doen van de mandaten, functies en afgeleide functies die zij uitoefenen, alsook van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die ze ontvangen in het kader van de uitoefening ervan.
Iedere verandering van de situatie in de loop van het mandaat wordt onverwijld aan de OCMW-secretaris gemeld.
De OCMW-secretaris bezorgt die aangiften, in voorkomend geval samen met een verminderingsplan, aan het controleorgaan.
Ingeval het in artikel 3 bedoelde maximumbedrag overschreden wordt, zal het controleorgaan ervoor zorgen dat de vermindering ten belope van de overschrijding doorgevoerd wordt door de OCMW-secretaris.
De OCMW-voorzitters en -raadsleden voor wie de vermindering ten belope van de overschrijding doorgevoerd moet worden, kunnen vragen om voorafgaandelijk te worden gehoord door het controleorgaan.
De bedragen die ontvangen zijn bovenop het in artikel 3, eerste lid bedoelde maximum worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van de overschrijding had moeten doorvoeren overeenkomstig artikel 3, § 2.
§ 4. De in de zin van artikel 2 bedoelde openbare mandatarissen van wie het of de bedoelde mandaten in kwestie bezoldigd worden en die niet bedoeld worden in §§ 2 en 3 zijn verplicht, [binnen zeven maanden]4na het begin van hun mandaat aan het controleorgaan de mandaten, de functies en de afgeleide functies die zij uitoefenen en de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen ontvangen in uitoefening ervan te melden.
Elke verandering van de situatie in de loop van het mandaat wordt onverwijld aan het controleorgaan gemeld.
Ingeval van overschrijding van het in artikel 3 vastgestelde maximumbedrag, zorgt het controleorgaan ervoor dat de vermindering ten belope van de overschrijding wordt doorgevoerd door de voorzitter van de raad van bestuur of de leidende ambtenaar die het aanstelt.
De openbare mandatarissen waarvoor de vermindering ten belope van de overschrijding dient te worden doorgevoerd, kunnen vragen om voorafgaandelijk te worden gehoord door het controleorgaan.
De bedragen die ontvangen worden bovenop het in artikel 3, eerste lid vastgelegde maximumbedrag worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van deze overschrijding had moeten doorvoeren krachtens artikel 3, § 2.
§ 5. De in artikel 7, § 1, bedoelde persoon geeft onmiddellijk na de eedaflegging voor de burgemeesters, schepenen, gemeenteraadsleden, OCMW-voorzitters en -raadsleden of na het begin van hun mandaat voor de in de zin van artikel 2 bedoelde openbare mandatarissen van wie het mandaat in kwestie bezoldigd wordt en die niet bedoeld zijn in §§ 2 en 3, kennis van de bepalingen van deze ordonnantie aan de betrokken Brusselse openbare mandatarissen.
§ 6. Het controleorgaan bezorgt het sanctieorgaan een jaarverslag over de toepassing van de §§ 1 tot 4 van deze bepaling.
§ 7. Op basis van het in § 6 bedoeld verslag of op eigen initiatief, richt het sanctieorgaan een schriftelijk verzoek om aangifte van het kadaster van de mandaten tot iedere openbare in artikel 2 bedoelde mandataris.
Het verzoek heeft betrekking op :
- de opsomming van alle door de openbare mandataris uitgeoefende mandaten, functies en afgeleide functies;
- de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die worden ontvangen in het kader van de uitoefening ervan.
Een kopie van dat verzoek wordt ter informatie en ter follow-up bezorgd aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie.
De openbare mandataris moet een antwoord geven en moet aan het sanctieorgaan, alsook aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie een kadaster van mandaten bezorgen binnen de maand na ontvangst van het verzoek om aangifte van de mandaten.
In voorkomend geval, wordt het antwoord van de mandataris opgenomen in het verslag van de in artikel 7 bedoelde instantie, die onverwijld een bijgewerkte versie van haar verslag aan het controleorgaan bezorgt.
Bij gebrek aan een antwoord van de openbare mandataris, richt het sanctieorgaan een herinnering per aangetekende zending aan de mandataris, met een laatste termijn van vijftien dagen om aan het verzoek te voldoen.
Bij gebrek aan een antwoord, roept het sanctieorgaan de openbare mandataris op voor een hoorzitting en brengt hij het op de hoogte van de sanctie die hem opgelegd kan worden.
Het sanctieorgaan kan beslissen tot seponering in geval van uitzonderlijke omstandigheden die de niet-naleving van de termijnen verantwoorden, of een met redenen omklede beslissing tot sanctie nemen.
De sanctie bestaat in :
- bij de eerste tekortkoming, een waarschuwing en een boete die overeenstemt met een bedrag gaande van 10 tot 50 % van een maand bezoldiging, voordelen van alle aard en representatievergoedingen, samengeteld;
- vervolgens een afhouding gaande van 50 tot 100 % van de bezoldigingen, voordelen van alle aard en representatievergoedingen die samengeteld worden voor ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden.
[De beslissing van het sanctieorgaan wordt binnen drie werkdagen ter kennis gebracht van de betrokken mandataris. Een beroep met volle rechtsmacht kan worden ingediend bij de Raad van State binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de mandataris op wie de beslissing van het sanctieorgaan betrekking heeft. De Raad van State beslist binnen een termijn van zestig dagen over het beroep.]5
De sanctie wordt in hoofdorde uitgevoerd door de gemeentesecretaris of bij gebrek aan een competentie die een controle door een gemeentesecretaris mogelijk maakt, door de secretaris van het OCMW of door de voorzitter van de raad van beheer, de leidende ambtenaar of hun gemachtigde voor de in artikel 2 bedoelde openbare instellingen.
De beslissing tot sanctie wordt ter informatie en ter follow-up overgezonden aan het controleorgaan.
Elke verandering van de situatie in de loop van het mandaat wordt door de openbare mandataris binnen de maand meegedeeld aan de in artikel 7 bedoelde bevoegde instantie.
De wijziging wordt opgenomen in het verslag van de in artikel 7 bedoelde instantie, die het controleorgaan onverwijld een bijwerking van haar verslag bezorgt.
§ 8. [Na controle van de krachtens § 7 opgevraagde aangiften van de mandaten, zorgt het sanctieorgaan ervoor, ingeval het in artikel 3, eerste lid, bedoelde maximumbedrag overschreden wordt, dat de vermindering ten belope van de overschrijding effectief doorgevoerd wordt door de in artikel 7 bedoelde instantie die het aanduidt.
De openbare mandataris voor wie de vermindering ten belope van de overschrijding moet worden doorgevoerd, wordt voorafgaandelijk gehoord door het sanctieorgaan.
De beslissing van het sanctieorgaan wordt binnen drie werkdagen ter kennis gebracht van de betrokken mandataris.
Een beroep met volle rechtsmacht kan worden ingediend bij de Raad van State binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de mandataris op wie de beslissing van het sanctieorgaan betrekking heeft. De Raad van State beslist binnen een termijn van zestig dagen over het beroep.
Het controleorgaan ziet erop toe dat de beslissing van het sanctieorgaan of het arrest van de Raad van State wordt uitgevoerd.
De bedragen die ontvangen zijn bovenop het in artikel 3, eerste lid, bedoelde maximum, worden door de betrokken mandataris terugbetaald aan de instelling die de vermindering ten belope van de overschrijding had moeten doorvoeren overeenkomstig artikel 3, § 2.]5
§ 9. Ondanks de verplichte herinnering door het in artikel 7 bedoelde orgaan en na het verstrijken van de [in § 7, zesde lid]5bedoelde termijn van vijftien dagen, zal de openbare mandataris die de bepalingen van deze gezamenlijke ordonnantie overtreedt, gestraft worden met een gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en een boete van honderd tot duizend euro. Hij wordt onverkiesbaar verklaard voor de eerstvolgende gemeenteraads- en OCMW- raadsverkiezingen en kan niet meer worden voorgedragen voor om het even welke functie in een in artikel 2 bedoelde openbare instelling.
Eenieder kan de in het vorige lid bedoelde feiten ter kennis brengen van de Procureur des Konings van Brussel.
§ 10. Het controleorgaan maakt een jaarverslag bekend over de toepassing van deze gezamenlijke ordonnantie.
Het controleorgaan wordt ermee belast een driejaarlijks verslag op te stellen dat een evaluatie van de uitvoering van de gezamenlijke ordonnantie bevat en er, in voorkomend geval, aanbevelingen in te doen om de toepassing ervan te verbeteren.
Het verslag wordt bezorgd aan het comité voor de follow-up van de wetgeving, dat ermee belast is de efficiëntie van de regeling te evalueren.
§ 11. De nadere regels betreffende de aangifteplichten als bedoeld in §§ 2, 3 en 4 worden vastgesteld door het controleorgaan.
Die nadere regels hebben betrekking op de vaststelling van een model voor de aangifte en de erin vervatte vermeldingen, alsook de wijze waarop de aangifte wordt bezorgd aan de bevoegde overheid.
Daartoe ziet het controleorgaan toe op de coherentie met de nadere regels die krachtens artikel 7, § 3 zijn vastgesteld door de Regering en het Verenigd College.
Het controleorgaan wordt ermee belast een toelichting over de uitvoering van de ordonnantie te plaatsen op de internetsite van het Parlement.
- 1 <VARIA 2019-05-16/08, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 29-05-2019>
- 2 <VARIA 2019-05-16/08, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 29-05-2019>
- 3 <ORD 2018-07-23/09, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 06-10-2018>
- 4 <VARIA 2019-05-16/08, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2018>
- 5 <VARIA 2019-05-16/08, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 29-05-2019>