23 MAART 2017 – Ordonnantie houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag
HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden
Art. 4.
[§ 1. De Dienst oefent de opdrachten uit die hem door deze en andere ordonnanties, en door de uitvoeringsbesluiten hiervan, zijn toevertrouwd, volgens de regels en bijzondere voorwaarden vastgelegd door de in hoofdstuk III bedoelde beheersovereenkomst, in de volgende aangelegenheden:
1° het gezondheidsbeleid, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 1°, en 3° tot 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van het ziekenhuisbeleid en het patiëntenvervoer;
2° in het kader van het gezinsbeleid, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van dezelfde bijzondere wet, de thuishulp, de thuisoppas, en de kinderopvang;
3° het beleid inzake personen met een handicap, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van dezelfde bijzondere wet;
4° het bejaardenbeleid, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, II, 5°, van dezelfde bijzondere wet;
5° de gezinsbijslag, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van dezelfde bijzondere wet.
§ 2. Voor wat betreft de geestelijke gezondheidszorg, de eerstelijnsgezondheidszorg, en de preventieve gezondheidszorg, vraagt het Verenigd College het advies van de Dienst vooraleer maatregelen te nemen die een impact hebben op de opdrachtenbegroting van de Dienst.
§ 3. Onverminderd de vermelde uitzonderingen, neemt de Dienst in de aangelegenheden vermeld in paragraaf 1, alle nuttige initiatieven en kan het de operationele en logistieke taken vervullen die het nodig acht, met inbegrip van het optreden als aankoopcentrale. Daartoe oefent de Dienst de volgende opdrachten uit:
1° met betrekking tot de verstrekkers:
a) de opmaak en de uitvoering van de bouwkalenders, evenals de financiering en de opvolging van de infrastructuur;
b) de voorbereiding en de opvolging van de programmatie en van het prijsbeleid;
c) de voorbereiding en de opvolging van de erkenningen, vergunningen en andere goedkeuringen;
d) de inspectie- en controleopdrachten, het klachten- en geschillenbeheer, evenals het beheer van de administratieve sancties en boetes;
e) het afsluiten van overeenkomsten;
f) de ondersteuning en de financiering van de verstrekkers;
2° met betrekking tot de Brusselse verzekeringsinstellingen en de kinderbijslagfondsen: de organisatie, de opdrachten, de erkenning, de financiering en de ondersteuning, evenals de controle op deze instellingen;
3° de financiering van de individuele zorgverstrekkingen, van de diensten of producten verstrekt in het kader van één of meerdere aangelegenheden vermeld in paragraaf 1 en van de gezinsbijslag;
4° de uitbetaling van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
5° het optreden als openbare operator voor de gezinsbijslag;
6° in het kader van of ter voorbereiding op een gezondheidscrisis, optreden als inrichtende macht.
In afwijking van het eerste lid, en van paragraaf 1, 1°, heeft de Dienst, inzake de geestelijke gezondheidszorg de opdracht om de individuele zorgverstrekkingen, zoals bedoeld in de ordonnantie van 21 december 2018, te financieren, en kan hij eveneens de zorginstellingen financieren, in het kader van de individuele zorgverstrekking. Een protocolakkoord tussen het Verenigd College en de Dienst kan de praktische afspraken van deze opdracht vastleggen.
In afwijking van het eerste lid, en van paragraaf 1, 1°, heeft de Dienst, inzake de eerstelijnsgezondheidszorg en de preventieve gezondheidszorg, de opdracht om de individuele zorgverstrekkingen te financieren, zoals bedoeld in de ordonnantie van 21 december 2018, en kan hij in dat kader overeenkomsten afsluiten.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, oefent de Dienst de volgende opdrachten uit binnen het geheel van de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren:
1° de coördinatie en uitvoering van de non-profitakkoorden;
2° het beheer van de gebouwen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
3° in het kader van of ter voorbereiding op een gezondheidscrisis, de aanleg van een strategische stock van beschermend materiaal, en het beheer van de rotatie van deze stock.
De Dienst kan alle activiteiten uitoefenen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de opdrachten vermeld in het eerste lid.
Het Verenigd College kan de nadere regels vastleggen van de uitoefening van de opdrachten vermeld in het eerste lid.
§ 5. De opvolging van de dossiers met betrekking tot de infrastructuren van de verstrekkers kan geheel of gedeeltelijk toevertrouwd worden aan de Diensten van het Verenigd College, die in dat kader optreden voor en op het initiatief van de Dienst. Een protocolakkoord tussen het Verenigd College en de Dienst legt, in voorkomend geval, de praktische afspraken van deze opdracht vast.
§ 6. De Dienst kan diensten, al dan niet tegen kostprijs, leveren ten gunste van de Diensten van het Verenigd College. Een protocolakkoord tussen het Verenigd College en de Dienst legt, in voorkomend geval, de praktische afspraken van deze opdracht vast.
§ 7. De Dienst en de Diensten van het Verenigd College kunnen gemeenschappelijke diensten oprichten, volgens de door het Verenigd College vastgelegde nadere regels. Bij de ontwikkeling van die gemeenschappelijke diensten moet de beheersautonomie van iedere entiteit gerespecteerd worden]1.
Art. 5.
De Dienst kan, mits het Verenigd College hiertoe vooraf zijn goedkeuring verleent, betalende activiteiten uitoefenen die verzoenbaar zijn met de opdrachten die hem zijn toevertrouwd.
Art. 5bis.
[...]4
Art. 6.
Met het oog op de uitvoering van zijn opdrachten, pleegt de Dienst regelmatig overleg met de openbare diensten bevoegd in de materies bedoeld [in artikel 4, § 1, van de andere Belgische deelentiteiten]2Hij pleegt tevens overleg met de federale overheid.
Het Verenigd College kan de modaliteiten van het door de Dienst gevoerde overleg bepalen.
Art. 7.
[De Dienst kan alle contracten sluiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten]3.