23 MAART 2017 – Ordonnantie houdende de organisatie van kinderopvang

De Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :

HOOFDSTUK 1. [Algemeen]1

Artikel 1.

Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.

Art. 2.

In deze ordonnantie wordt verstaan onder :

1° organisator van kinderopvang : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en niet kan worden beschouwd als een instelling die wegens zijn organisatie uitsluitend behoort tot de Vlaamse of de Franse Gemeenschap;

2° kinderopvang : de beroepsmatige kinderopvang, tegen betaling en op regelmatige wijze, van minstens één kind jonger dan drie jaar buiten het familiaal verband;

3° Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad;

4° Administratie : [de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag]2;

5° inspectiedienst : de personen belast met de controle van de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie of van de bepalingen aangenomen krachtens deze ordonnantie, en daartoe aangeduid door het Verenigd College.

[persoon uit de omgeving van het kind: elke persoon die met toestemming van de ouders of wettelijke vertegenwoordiger het kind kan brengen naar en/of ophalen van zijn kinderopvang of waarmee in geval van nood contact kan worden opgenomen door de kinderopvang;

7° persoon die regelmatig contact heeft met de opgevangen kinderen: het personeel belast met het onderhoud, de keukens, de administratie van de kinderopvang, de regelmatige begeleiding van kinderen, met inbegrip van de vrijwilligers in de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, die aanwezig zijn in de kinderopvang tijdens de opvang van de kinderen.]2

Art. 3.

§ 1. De doelstelling van huidige ordonnantie is om ervoor te zorgen dat er geen enkele kinderopvang in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zonder vergunning kan werken zodat er voor elk opgevangen kind in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een minimale garantie op kwaliteit is.

§ 2. Elke organisator van kinderopvang moet voorafgaand aan de werking van kinderopvang en zolang er kinderopvang plaatsvindt, een vergunning hebben van het Verenigd College.

HOOFDSTUK 2. [Vergunning]3

Art. 4.

De organisator van kinderopvang moet de vergunningsvoorwaarden naleven zolang er kinderopvang plaatsvindt. Deze voorwaarden hebben tenminste betrekking op :

1° de infrastructuur;

2° de veiligheid en de gezondheid;

[de kwalificaties, de vaardigheden, de medische geschiktheid van het personeel en de afwezigheid van strafrechtelijke veroordelingen die betrekking hebben op misdrijven die van die aard zijn dat ze de correcte uitoefening van de functies van het personeel verhinderen]4;

4° de omkaderingsnormen;

5° het pedagogisch beleid met het oog op het welzijn en de ontwikkeling van het kind;

6° de samenwerking met de gezinnen en het niet-discrimineren van kinderen en gezinnen.

Het Verenigd College bepaalt de nadere voorwaarden voor de vergunning, inclusief de procedures voor de toekenning, weigering en intrekking van de vergunning. De toekenningen, weigeringen en intrekkingen van vergunningen gebeuren door het Verenigd College.

[een lid wordt tussen het tweede en het derde lid ingevoegd, luidende: "Het Verenigd College kan administratieve steunmaatregelen voor de vergunningsaanvraag bepalen, met name in de vorm van voorafgaande adviezen over de documenten die de organisator van kinderopvang moet opstellen.]4

De kinderopvang die de vergunningsvoorwaarden niet naleeft kan door het Verenigd College toegelaten worden om haar activiteiten verder te zetten binnen de door hem bepaalde termijn en onder de door hem bepaalde voorwaarden.

Het Verenigd College voorziet de mogelijkheid tot onmiddellijke sluiting, in afwachting van een beslissing over de intrekking van de vergunning, bij overtredingen van vergunningsvoorwaarden die een onmiddellijk en ernstig gevaar uitmaken voor de gezondheid of de veiligheid van de opgevangen kinderen.

HOOFDSTUK 3. [Programmering.]5

Art. 4/1.

[Het Verenigd College kan de programmering van alle of van een deel van de kinderopvangen vaststellen om de best mogelijke verdeling van het kinderopvangaanbod te verzekeren op basis van de evolutie van de behoeften van de Brusselse bevolking.

De programmering is gebaseerd op objectieve criteria die met name verband houden met het opvangaanbod ten opzichte van de bevolking van een wijk en/of van een gemeente, het aantal gesubsidieerde plaatsen in die wijken en gemeenten, de grootte van de betrokken kinderopvangen en het aantal aangeboden plaatsen, alsook de continuïteit van de opvang en de kwaliteit van de omkadering.

Bij de programmering wordt rekening gehouden met de vooruitzichten met betrekking tot de evolutie van de behoeften, rekening houdend met de initiatieven die zijn aangenomen door de andere overheden die bevoegd zijn voor de erkenning van kinderopvangen op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.]6

HOOFDSTUK 4. [Subsidiëring]7

Art. 4/2.

[Het Verenigd College legt de voorwaarden en regels vast voor het toekennen, berekenen, uitbetalen en terugvorderen van subsidies die kunnen worden toegekend aan de organisatoren van kinderopvang, alsook de procedures voor het verlenen, schorsen en intrekken van het recht op subsidies]8

HOOFDSTUK 5. [Toezicht en controle.]9

Art. 5.

Wanneer [de inspectiedienst van]10de Administratie vaststelt dat een organisator van kinderopvang artikel 3 van deze ordonnantie niet naleeft, maant [de leidend ambtenaar van de Administratie of, bij zijn afwezigheid, zijn adjunct]10hem aan opdat hij zich in regel stelt, waarbij binnen een termijn van 15 werkdagen de stappen ondernomen moeten worden om zich in regel te stellen.

Bij dringende noodzakelijkheid kan de aanmaning, vermeld in het eerste lid, achterwege gelaten worden, en worden onmiddellijk bestuurlijke maatregelen genomen als vermeld in artikel 6.

Art. 6.

Als de organisator van kinderopvang geen gevolg geeft aan de aanmaning vermeld in artikel 5, stuurt [de leidend ambtenaar van de Administratie of, bij zijn afwezigheid, zijn adjunct]11een sluitingsbevel aan de organisator van kinderopvang met vermelding van de datum waarop de sluiting ingaat. Ingeval van een imminent en ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan de sluiting onmiddellijk worden opgelegd.

[de leidend ambtenaar van de Administratie of, bij zijn afwezigheid, zijn adjunct]11licht de burgemeester van de gemeente waar de kinderopvang plaatsvindt zo spoedig mogelijk in. De burgemeester gaat na of het sluitingsbevel wordt nageleefd, en informeert [de leidend ambtenaar van de Administratie of, bij zijn afwezigheid, zijn adjunct]11daarover.

Als na de inwerkingtreding van de sluiting wordt vastgesteld dat de werking van de kinderopvang niet is stopgezet, gaat de burgemeester over tot uitvoering van de sluiting. Die maatregel wordt op kosten en risico van de organisator van kinderopvang uitgevoerd.

HOOFDSTUK 6. [- Gegevensverwerking]12

Art. 7.

[De organisatoren van kinderopvang verwerken persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten, met name:

1° wat betreft de opgevangen kinderen, de ouders, de wettelijke voogden, de eventuele personen uit de omgeving van het kind en de eventuele personen die voorkomen op het attest van gezinssamenstelling:

a) de naam, de voornaam en de geboortedatum van het opgevangen kind en zijn identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ) of het stadium van de zwangerschap van de moeder in het kader van de inschrijving of opvang van het kind en diens opvolging binnen de kinderopvang;

b) de naam en de voornaam van de ouders van het opgevangen kind en, indien nodig, de persoon uit de omgeving van het kind, in het kader van de inschrijving of de opvang van het kind en het beheer van de aanwezigheden van het kind in de kinderopvang, alsook hun contactgegevens, inzonderheid de postadressen en e-mailadressen en de vaste en mobiele telefoonnummers om met hen te communiceren over de opvolging van hun kind in noodgevallen en in het kader van de facturering van de opvang;

c) de gegevens over de inkomsten van de ouders of, in voorkomend geval, van de wettelijke voogden en van de personen die voorkomen op het attest van gezinssamenstelling, met uitzondering van de kinderen en van de ascendent(en) voor zover deze niet instaan voor de verantwoordelijkheid voor het kind alsook het attest van gezinssamenstelling, om de gesubsidieerde kinderopvangen en/of deze die het door het Verenigd College vastgestelde barema moeten toepassen in staat te stellen om de financiële bijdrage van de ouders of wettelijke voogden te berekenen;

d) de gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van het kind in de kinderopvang, inzonderheid zijn effectieve aanwezigheid in de kinderopvang 's morgens en/of 's middags voor elke dag dat de kinderopvang open is om:

- te zorgen voor de goede organisatie van de kinderopvang;

- de facturering op te maken;

- de afstemming van de subsidies op de activiteit van de kinderopvang te verantwoorden;

- uitzonderlijke gezondheidssituaties of situaties die het welzijn van het kind kunnen beïnvloeden, te kunnen beheren;

- de kinderopvang in staat te stellen het aantal personeelsleden en zijn bezettingsgraad te berekenen;

e) om de gezondheidstoestand van het opgevangen kind en de eventuele risico's voor het kind en alle personen die regelmatig in de kinderopvang zijn te beoordelen, de volgende medische gegevens van het kind:

- de vaccinatiestatus van het kind, inclusief een overzicht van de ontvangen vaccins en hun toedieningsdata en of het kind voldoet aan de voorwaarden die door het Verenigd College zijn vastgelegd om te worden opgevangen;

- een medisch getuigschrift dat, bij het binnenkomen van het kind in de kinderopvang en na elke afwezigheid wegens ziekte, bevestigt dat zijn gezondheidstoestand hem in staat stelt naar de kinderopvang te gaan en dat de kinderopvang in staat stelt om te beoordelen of het kind kan worden opgevangen;

- een medisch getuigschrift waarin de zorg die aan het kind moet worden verleend, de toe te dienen geneesmiddelen en de opvangvoorwaarden die moeten worden ingesteld in het geval dat zijn situatie of aandoening verenigbaar is met de opvang in een kinderopvang, zodat deze laatste kan beoordelen of het kind kan worden opgevangen en de opvang aan zijn specifieke behoeften aangepast kan worden;

- een gezondheids- en gewoontefiche ingevuld door de ouders van het opgevangen kind dat alle ziekten bevat waaraan het kind lijdt die van invloed kunnen zijn op de opvang en al zijn speel-, slaap- en voedingsgewoontes, zodat de kinderopvang het kind kan opvangen in overeenstemming met zijn ritme en routine en om gepast te kunnen reageren bij een incident;

f) in het kader van de preventieve gezondheidsopvolging georganiseerd in de kinderopvang, de volgende medische gegevens van de kinderen:

- de evolutie van de lengte- en gewichtsgegevens;

- de psychomotorische ontwikkeling van het kind;

- de slaapgewoontes van het kind;

- het leren van een taal;

2° wat betreft het personeel van de kinderopvang, met inbegrip van de stagiairs en de personen die regelmatig contact hebben met de opgevangen kinderen:

a) een medisch getuigschrift of een gezondheidsevaluatieformulier van het personeel van de kinderopvang uitgereikt door een huisarts naar keuze van het personeelslid van de kinderopvang, of bij gebreke daarvan door een arbeidsgeneesheer, waarin wordt vermeld of hij fysiek en psychisch bekwaam is om voor kinderen te zorgen met het oog op het garanderen van een veilige omgeving voor de kinderen en van de bescherming van hun gezondheid. In geval van twijfel of noodzaak tot een meer diepgaand onderzoek, vermeldt het medisch getuigschrift of het gezondheidsevaluatieformulier de door de arts aanbevolen medische specialisatie voor bijkomend advies;

b) het bewijs van immuniteit tegen rodehond ter bescherming van de zwangere personen die deel uitmaken van het opvangpersoneel of elke andere zwangere persoon die in het kader van de kinderopvang met dat personeel in aanraking kunnen komen;

c) een uittreksel uit het strafregister bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering voor elk personeelslid van de kinderopvang dat elk jaar moet worden verstrekt met het oog op een opvang die de gezondheid en fysieke en psychische veiligheid van de opgevangen kinderen garandeert;

d) het personeelslid van de kinderopvang dat niet in België is gedomicilieerd, moet een attest voorleggen dat gelijkwaardig is aan datgene bepaald in de bepaling onder c), en dat is uitgereikt door een bevoegde buitenlandse instantie waaruit blijkt dat hij mag werken en activiteiten mag uitoefenen met minderjarigen.

Dankzij deze gegevens kan het volgende worden gewaarborgd:

1° dat aan de voorwaarden voor de vergunning en het recht op subsidies is voldaan;

2° een professionele en kwaliteitsvolle opvang aan de kinderen en de ouders;

3° een financiële steun in overeenstemming met de georganiseerde opvangactiviteit]13.

Art. 7/1.

[De organisatoren van kinderopvang verwerken de persoonsgegevens van de arts waarmee ze samenwerken om een individueel en collectief preventief medisch toezicht ten aanzien van de opgevangen kinderen te organiseren.

Deze gegevens hebben betrekking op de naam, de voornaam, het RIZIV-nummer en het postadres van de praktijk, het e-mailadres, de vaste en mobiele telefoonnummers van de arts om de relaties tussen de kinderopvang en de laatstgenoemde te organiseren.]14

Art. 7/2.

[§ 1. De Administratie verwerkt de gegevens waarover zij beschikt met het oog op de uitvoering van haar opdrachten:

1° als overheidsdienst met betrekking tot de kinderopvang;

2° inzake de vergunning, die de aanvraag, de toekenning en de controle omvat, inzake de subsidiëring, inzake de ondersteuning en het toezicht, alsook inzake de monitoring van het opvangsysteem.

De Administratie verzamelt en verwerkt de persoonsgegevens bedoeld in de artikelen 7 en 7/1.

De gegevens bedoeld in het tweede lid worden door de Administratie verzameld en verwerkt in het kader van haar samenwerkingsopdracht tussen de organisatoren van kinderopvang en de ouders of wettelijke voogden van de kinderen.

Naast de in de artikelen 7 en 7/1 bedoelde gegevens verzamelt en verwerkt de Administratie de volgende persoonsgegevens met betrekking tot het personeel van kinderopvangen, met inbegrip van stagiairs en personen die regelmatig contact hebben met de opgevangen kinderen:

1° de naam, de voornaam en de geboortedatum van elk personeelslid van de kinderopvang;

2° het rijksregisternummer van de laatstgenoemden teneinde de integriteit van de gegevens te kunnen waarborgen, een dialoog te kunnen aangaan met andere openbare databanken in het kader van de administratieve vereenvoudiging en het gebruik van authentieke bronnen;

3° het bekwaamheidsbewijs en het bewijs van het/de diploma(`s) of kwalificatie van elk lid van het directiepersoneel, het psycho-medisch-sociaal personeel en het kinderverzorgingspersoneel om zich ervan te vergewissen dat het personeel voldoet aan de kwalificatievereisten voor de uitoefening van die functies;

4° de contractuele gegevens, met inbegrip van de gegevens betreffende de werkelijke prestaties.

Alle in het tweede tot en met het vierde lid bedoelde gegevens worden aan de Administratie verstrekt, hetzij door de organisatoren van kinderopvang, hetzij door een andere overheidsinstelling wanneer authentieke bronnen worden gebruikt.

Ten slotte verzamelt en verwerkt de Administratie de volgende persoonsgegevens, die rechtstreeks van de ouders of wettelijke voogden worden verkregen in het kader van het gecentraliseerd beheer van de vooraanvragen tot opvang:

1° de naam, voornaam, postadres, e-mailadres, vaste en mobiele telefoonnummers van de ouders of wettelijke voogden die een opvangplaats zoeken om hen de lijst van beschikbare plaatsen te bezorgen die overeenstemmen met hun aanvraag en om deze gegevens door te geven aan de kinderopvangen waarop de aanvraag betrekking heeft;

2° het stadium van de zwangerschap of de leeftijd van het kind, teneinde de kinderopvang de nodige elementen te verschaffen om de chronologische volgorde van de door de voorziening ontvangen verzoeken vast te stellen.

§ 2. Naast de in paragraaf 1 genoemde gegevens verzamelt en gebruikt de Administratie alle gegevens die nodig zijn voor de behandeling van klachten. Die gegevens mogen door de Administratie uitsluitend worden gebruikt in het kader van de behandeling van de klachten waarvoor zij zijn verzameld.

In het kader van het beheer van een klacht verzamelt de Administratie de gegevens in verband met de klacht bij de klagende partij(en), bij de door de klacht beschuldigde partij(en), bij eventuele getuigen of andere personen die door het voorval kunnen zijn benadeeld, bij de organisatoren van kinderopvang van de klagende partij(en) of van de door de klacht beschuldigde partij(en).

§ 3. De Administratie mag alle gegevens in haar bezit verwerken voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, met inachtneming van het beginsel van gegevensminimalisering, overeenkomstig artikel 89, paragraaf 1, van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, teneinde de ontwikkeling van de sector van de kinderopvang en de afstemming ervan op de behoeften van gezinnen en samenleving te analyseren, het Verenigd College richtlijnen en aanpassingen van de regelgeving voor te stellen of de ondersteuning van kinderopvang aan te passen aan de behoeften van de sector.]15

Art. 7/3.

[Het Verenigd College kan specifiëren welke persoonsgegevens mogen worden verwerkt."]16

Art. 7/4.

[§ 1. Onverminderd andere wettelijke of regelgevende bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn kunnen voorzien, bewaren de organisatoren van kinderopvang de persoonsgegevens met betrekking tot:

1° het opgevangen kind, zijn ouders of wettelijke voogden en de personen uit de omgeving van het kind: gedurende tien jaar vanaf de dag waarop het kind definitief niet meer naar de kinderopvang komt;

2° de ouders of wettelijke voogden die een aanvraag voor opvang hebben ingediend maar geen plaats hebben gekregen: gedurende drie jaar vanaf de dag waarop de aanvraag werd afgewezen, zodat de organisator van kinderopvang zich later tot de ouders of wettelijke voogden kan wenden in geval van een vacante plaats, totdat het kind op school is ingeschreven;

3° het personeel van de kinderopvang en de personen die regelmatig contact hebben met de opgevangen kinderen: gedurende een periode van tien jaar vanaf de dag waarop het betrokken personeelslid de kinderopvang definitief verlaat of vanaf de dag waarop de persoon niet langer regelmatig contact heeft met het kind;

4° een arts die ermee samenwerkt: gedurende tien jaar vanaf de dag waarop deze arts niet meer met de kinderopvang samenwerkt.

§ 2. Onverminderd andere wettelijke of regelgevende bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn kunnen voorzien, bewaart de Administratie de persoonsgegevens met betrekking tot:

1° het opgevangen kind, zijn ouders of wettelijke voogden en de personen uit de omgeving van het kind: gedurende tien jaar vanaf de dag waarop het kind definitief niet meer naar de kinderopvang komt;

2° de ouders of wettelijke voogden die een aanvraag voor opvang hebben ingediend: gedurende een jaar vanaf de dag waarop de aanvraag is aanvaard door een van de kinderopvangen;

3° het personeel van de kinderopvang en de personen die regelmatig contact hebben met de opgevangen kinderen: gedurende een periode van tien jaar vanaf de dag waarop die persoon niet langer als actief staat ingeschreven in een kinderopvang op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

4° een arts die samenwerkt met een of meerdere kinderopvangen: gedurende tien jaar vanaf de dag waarop deze arts niet meer met kinderopvangen samenwerkt.

§ 3. Onverminderd de bepalingen inzake archivering, worden de gegevens na afloop van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde termijnen hetzij vernietigd, hetzij anoniem gemaakt voor onderzoeks-, statistische of analysedoeleinden.

§ 4. De gegevens betreffende de preventieve geneeskunde die in het medisch dossier van het kind zijn opgenomen, moeten door de organisatoren van kinderopvang of door de Administratie worden bewaard gedurende 30 jaar te rekenen vanaf de dag waarop geen gegevens meer in dit medisch dossier zijn opgenomen, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waarvan het medisch dossier, bedoeld in artikel 15 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, moet voldoen, met uitzondering van de gegevens in de originele dossiers die op hun verzoek worden toegezonden aan de ouders, aan de door deze laatsten aangestelde arts(en) of aan het meerderjarig geworden kind.

Deze gegevens worden na die termijnen vernietigd]17.

Art. 7/5.

[De Administratie en de organisatoren van kinderopvang zijn elk verantwoordelijk voor de verwerkingen van persoonsgegevens die ze uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.]18

HOOFDSTUK 4. [Slotbepalingen]19

Art. 8.

De vaststelling dat de bepalingen van deze ordonnantie of de bepalingen genomen krachtens deze ordonnantie al dan niet worden nageleefd, inclusief de vaststelling van een dringende noodzakelijkheid en van een imminent en ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid, gebeurt op basis van een verslag van de inspectiedienst, dat bewijswaarde heeft tot het tegendeel is bewezen.

Met het oog op deze vaststellingen hebben de leden van de inspectiedienst het recht om elke plaats bestemd voor kinderopvang te bezoeken tijdens de openingstijden van de kinderopvang en ter plaatse kennis te nemen van alle stukken en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht en zich deze stukken te laten opsturen.

Art. 9.

Hij die kinderopvang organiseert in strijd met artikel 3, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van één euro tot honderd vierentwintig euro of met één van deze straffen.

Art. 10.

Deze ordonnantie treedt in werking op een door het Verenigd College bepaalde datum.

(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2019 door BESL 2019-04-25/29, art. 1)

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 23 maart 2017.

Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe Betrekkingen,

G. VANHENGEL

Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe Betrekkingen,

D. GOSUIN

Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring,

P. SMET

Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring,

C. FREMAULT