25 OKTOBER 2007 – Besluit betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap

Informele consolidatie

TITEL IV. - Subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap.

HOOFDSTUK I. - Subsidiëringswijze.

Art. 108.

Binnen de grenzen van de begrotingskredieten wordt, overeenkomstig deze Titel, aan de door de Ministers erkende centra en diensten de in artikel 15 van de ordonnantie omschreven toelage toegekend.

In voorkomend geval worden de financiële bijdrages van de gebruikers, per type centra en diensten, door het Verenigd College vastgelegd, na advies van de afdeling. In dat geval wordt de financiële bijdrage van de gebruikers van de in het eerste lid 1 bepaalde toelage afgetrokken.

De Ministers bepalen per type centra en diensten het percentage van de kosten voor de voortgezette opleiding van het personeel dat in aanmerking komt voor subsidiering alsook de werkings- en uitrustingskosten van deze centra en diensten.

Art. 108bis.

[De toelage wordt aan de dagcentra toegekend voor zover het aantal aanwezigheidsdagen per persoon met een handicap per jaar gemiddeld tweehonderd dagen bedraagt; ze wordt aan de verblijfscentra toegekend voor zover het aantal aanwezigheidsdagen per persoon met een handicap per jaar gemiddeld tweehonderdvijftig dagen bedraagt; indien die aanwezigheidsgraad niet bereikt zijn, wordt de toelage in beide gevallen dienovereenkomstig verminderd.]1

Art. 109.

De in artikel 108 bedoelde toelage wordt in maandelijkse voorschotten uitbetaald, ten bedrage van één dertiende van de op basis van artikel 15 van de ordonnantie geraamde jaarlijkse toelage. Ze wordt uitbetaald op de eerste werkdag die volgt op de 23e van de maand waarvoor ze wordt toegekend.

De jaarlijkse toelage wordt toegekend naar rata van het door de voorlopige werkingsvergunning of erkenning gedekte aantal maanden.

Art. 110.

Uiterlijk op het einde van de tweede maand die volgt op het eerste semester, legt het centrum of de dienst aan de administratie een bewijsschrift voor met betrekking tot de aanwending van de tijdens het afgelopen half jaar toegekende voorschotten; de inhoud van dit stuk wordt door de Ministers bepaald.

Indien dit stuk niet ingediend is, wordt de uitbetaling van de maandelijkse voorschotten vanaf september geschorst.

Art. 111.

Jaarlijks wordt er, op 31 december, op basis van een stuk waarvan de inhoud door de Ministers wordt bepaald, een eindafrekening opgemaakt van de jaarlijkse toelage; deze laatste wordt vóór 30 april naar de administratie gestuurd.

Bovendien zendt het centrum of de dienst een exemplaar van de jaarrekeningen van het afgelopen jaar alsmede een begroting voor het lopende boekjaar toe; voor de privécentra en -diensten wordt hierbij, hetzij een afschrift van het verslag van de bedrijfsrevisor die de jaarrekeningen voor echt heeft verklaard, gevoegd, hetzij een getuigschrift van een zelfstandige accountant die ze heeft nagezien.

Indien die stukken niet ingediend zijn, wordt de uitbetaling van de maandelijkse voorschotten vanaf juni geschorst.

Na kennisgeving van die eindafrekening aan het centrum of de dienst en haar goedkeuring door hem binnen vijftien dagen volgend op de kennisgeving, wordt overgegaan tot de uitbetaling of de terugvordering van de nog verschuldigde of onrechtmatig uitbetaalde bedragen.

HOOFDSTUK II. - De functies.

Art. 112.

Bij de erkenning bepalen de Ministers, per centrum en dienst, het aantal functies dat in aanmerking komt voor subsidiëring overeenkomstig de personeelsnormen bepaald in dit besluit.

Het Verenigd College bepaalt de subsidiëringsschalen die erop van toepassing zijn.

Art. 113.

De functies, bedoeld in artikel 112, worden omschreven in bijlage V bij dit besluit.

HOOFDSTUK III. - Subsidiëringsschalen.

Art. 114.

De in artikel 16, 1°, van de ordonnantie bedoelde subsidiëringsschalen worden, voor de centra en diensten van de privésector, overeenkomstig bijlage VI bij dit besluit vastgesteld; deze schalen worden aan de spilindex 105,20 gekoppeld.

Voor de onder de openbare sector ressorterende centra en diensten worden de werkelijke personeelskosten betoelaagd tot het maximumbedrag van de subsidiëringsschalen die van toepassing zijn op de centra en diensten van de privésector.

Art. 115.

De diensten die in aanmerking komen voor de vaststelling van de in artikel 16, 1°, van de ordonnantie bedoelde geldelijke anciënniteit van de personeelsleden, worden bepaald overeenkomstig bijlage VII bij dit besluit.

HOOFDSTUK V. - Andere voordelen.

Art. 116.

De andere voordelen, waarvan sprake onder artikel 16, 3°, van de ordonnantie, hebben onder meer betrekking op de eindejaarstoelage, de vakantietoeslag, de haard- of standplaatstoelage, de vervoerkosten, de vergoedingen voor onregelmatige prestaties en de directiepremie, [de bijzondere dagelijkse scheidingsvergoedingen voor vakantieverblijven, arbeidsduurvermindering en compenserende aanwerving]2 overeenkomstig bijlage VIII bij dit besluit.

Bijlagen

[BIJLAGE II - Personeelsnormen
Bijlage II tot het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap

a) Administratieve, psycho-socio-educatieve, medische normen en normen met betrekking tot onderhoudspersonnel:

ADL Diensten (art. 98) Diensten voor begeleid zelfstandig wonen

(art. 91)

Dagcentra (art. 67) Aanvulling zwaar zorgbehoevend in dagcentra Verblijfscentra (art. 43) Aanvulling zwaar zorgbehoevend in verblijfscentra Dagaanwezig-heid in verblijfscentra
Aantal voltijds equivalenten per centrum of dienst
Administratie 0,5 van 6 tot 12 plaatsen

0,5 van 13 tot 24 plaatsen

1 vanaf 25 plaatsen

0,5 vanaf 10 plaatsen

1 vanaf 20 plaatsen

1 vanaf 15 plaatsen

2 van 16 tot 40 plaatsen

Aantal voltijds equivalenten per persoon met een handicap
Assistent 0,89

 

Aantal jaarlijkse uren in decimalen per erkende plaats
Educatief personeel
- Groepschef 0,66 1,33
- Hoofdopvoeder 1,33 4
- Educatief, paramedische en sociaal 8,5 9,5 14,25 9,5 3,9
Totaal educatief personeel 10,49 9,5 19,58 9,5 3,9
Medisch personeel 0,25 0,25
Psycholoog 0,25 0,4
Onderhoud-personeel 4 5,7

 

[b) Normen met betrekking tot de directie:

Erkende basiscapaciteit per VZW (dagcentra, ADL diensten, verblijfscentra) Aantal Voltijds Equivalenten (directeur)
1 erkenning 2 erkenningen Meer dan 2 erkenningen
Van 10 tot 39 (dagcentra)

Van 12 tot 39 (ADL diensten)

Van 15 tot 39 (verblijfscentra)

1 1 1,5
Van 40 tot 59 1 1,5 2
Van 60 tot 89 en meer 1,5 2 3
Erkende basiscapaciteit per VZW (diensten voor begeleid zelfstandig wonen) Aantal Voltijds Equivalenten (directeur of coördinator)
Van 6 tot 12 0,5
Vanaf 13 0,5
Vanaf 25 1

]3]4

Bijlage V. - Lijst der functies en diploma's.
(Zie B.S. 01-02-2008, p. 5627).
<Erratum, zie B.St. 06-03-2008, p. 13413- 13424>

Bijlage VI. - Lijst der functies en subsidiëringsschaal.
(Zie B.S. 01-02-2008, p. 5628).
Gewijzigd bij :
<BESL 2009-10-22/26, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2009>

 

Bijlage VII. - In aanmerking komende diensten en vaststelling van de geldelijke anciënniteit.
(Zie B.S. 01-02-2008, p. 5629).

 

Bijlage VIII. - Andere voordelen voor het personeel, onder meer de eindejaarstoelage, de haard- en standplaatstoelage, de vervoerskosten, de vergoedingen voor onregelmatige prestaties en de directiepremie.
(Zie B.S. 01-02-2008, p. 5630-5631).
Gewijzigd bij :
<BESL 2009-10-22/26, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2009>